RSS feed

Je moet het zien

Geplaatst op

IMG_7378Enigszins verontrust leg ik de zaterdagbijlage van de krant ter zijde. “Je hebt nu toch zo veel van die zelf-hulp-boeken, hè”, begin ik tegen Lief die zijn boterhammen staat te smeren.

“Hm…hm…”

“En je hebt ook van die bijbehorende cursussen. Waar je dan die zelf-hulp in de praktijk brengt. Met hulp van een cursusleider. Dat dan weer wel.”

In de bijlage staat een artikel over een cursus van John Parkin, de schrijver – en nu dus ook cursusleider – van meerdere boeken met een variatie op zijn eerste titel: ‘Fuck it!’.

Over hoe je je vooral niet moet hechten aan aardse zaken. Een mooi huis, leuk werk, je fijne relatie. Laat het los. Je moet vooral focussen (jeukwoord!) op je innerlijk en tevreden zijn met jezelf. Beetje te dik? Fuck it! (hun woorden, niet de mijne) Kortom: je moet leren om dingen in het leven los te laten. Het is zeg maar meditatie op LSD. Mindfulness met een flinke peper in de reet. Boeddhisme voor de verwende westerling.

“Maar ik hecht welaan al die dingen”, ga ik enigszins beteuterd verder.

Lief: “Dat is volgens mij ook geen probleem. Je moet het alleen zien, dat je al die dingen hebt. Als je er maar van blijft genieten.”

Mijn huisfilosoof heeft me weer van het randje existentiële crisis gepraat en vertrekt tevreden naar zijn werk. Waar hij o zo blij mee is.

Even later.

Tijdens mijn hardlooprondje zie ik altijd mooie, witte schermbloemen staan. Daucus carota voor de groene vingers onder ons. Na het zelf-hulp-gesprek besluit ik ze te gaan plukken.

Terwijl ik brandnetels ontwijk en stiekem toch een beetje hoop dat niemand mij ziet (het scenario van een overactieve groenbeschermer die mij de les leest, speelt zich meerdere malen af in mijn hoofd) wandelt er een dame met twee honden langs. Ik loop terug naar mijn fiets met een bos bloemen in de hand.

“Mooi zijn ze, he?” zegt de vrouw.

Ik knik. Geen preek?

“De natuur staat nu vol met prachtige planten.”

Ah, ze is natuurliefhebber, gelukkig.

“Je moet het alleen zien”, lacht ze en loopt verder, de hondjes achter haar aan.

Toeval, mompel ik in mezelf.

Even verderop zie ik een sleutel aan een boom hangen. Nou, vooruit dan. Het universum zal dit wel een sleutelmoment vinden.

IMG_7380

 

 

Advertenties

Piepjes

Geplaatst op

4cd8bda214331d3f4cb416ea9a423910“Vooral ’s morgens, dan heb ik er het meeste last van.” De man met de oorbellen, tattoos en een getrimd baardje kijkt me begripvol aan. “Dan moet mijn vriend echt bijna elke zin herhalen.”

Even later zit ik in een klein hokje. Aan drie zijden zit een soort gaas aan de wand. Ontelbare rijen met bolletjes. Mijn ogen krijgen het neurotische patroon amper verwerkt. De vierde wand is glas. Gelukkig, anders heb ik naast slechthorendheid en scheelheid ook nog last van claustrofobie.

Ik krijg een koptelefoon op. Met de knop in mijn handen moet ik aangeven of ik een piepje hoor.

Wanneer het volgende piepje wat lang op zich laat wachten, schieten er allerlei gedachten door mijn hoofd. Hoeveel piepjes ben ik nu aan het missen? Zou er een ritme in zitten? Nee, dat zou niet slim zijn. Wacht, was dat nou een piepje of zit die in mijn hoofd? Betekent dat niet gehoorbeschadiging?

Dan wordt de deur weer opengedaan en hoor ik uit een printer de uitslag rollen.

Mijn gedachten schieten van ‘het zal wel meevallen’ naar ‘tadaa, je bent stokdoof’.

“Ik heb goed nieuws en slecht nieuws”, zegt de audicien, terwijl hij op een A4-tje twee grafiekjes laat zien. De lijntjes liggen redelijk op één lijn. Een nullijn. En ik zie een dipje. Dat zal het slechte nieuws wel zijn.

“Het goede nieuws is dat uw gehoor prima in orde is.” Opluchting. Deels. Want wat is die dip? Wat is het slechte nieuws? Waar kan ik dat gehoorapparaat laten aanmeten?

“Het slechte nieuws is dat u niet naar uw vriend luistert.” De audicien is erg blij met zijn grapje en buldert. Hij vertelt nog iets over mijn lawaaidip die volstrekt normaal is. Even later loop ik met een set oordopjes naar buiten. Iets met voorkomen. Maar bij mij overheerst de opluchting. Nu volledig.

Thuisgekomen is Lief benieuwd naar de uitslag. “Ik heb goed en slecht nieuws”, begin ik. “Het goede nieuws is dat mijn gehoor prima in orde is.”

“En het slechte nieuws?” vraagt Lief en kijkt naar mijn grafiekjes.

“Dat jij onduidelijk praat.”

 

 

Intermezzo: een bloggerstour langs verhalen

Geplaatst op

IMG_7151Een bloggerstour door je eigen woonplaats. Dat kan óf heel verrassend zijn, óf een wandeling over gebaande paden. Ik mocht het voor MaastrichtLAB gaan uitvinden.

In het kader van de Week van Nieuw Maastricht organiseerden zij eind mei verschillende activiteiten. Allemaal hadden ze iets te maken met het ‘nieuwe’ aan Maastricht. De stad die toch eigenlijk vaak wordt geassocieerd met Bourgondisch leven en een rijke geschiedenis. Termen als innovatief, ‘buiten de lijntjes’, avant-gardistisch komen bij de meesten niet op.

MaastrichtLAB ging er toch naar op zoek. En nam op de eerste dag een groep bloggers en vloggers mee als getuigen. Inclusief deze blogger.

Mimosa als ontbijt

Met een ontbijt op de vijfde verdieping van het Eijffelgebouw begint de dag al goed. De wethouder benoemt tijdens zijn openingspraatje nog even de ‘nieuwe stukken’ Maastricht die vanaf die hoogte goed te zien zijn. Zelf ben ik vooral geïnteresseerd naar wanneer we nu eindelijk gebruik kunnen maken van die rooftopbar. Voorlopig blijft het bij events, waar je je vooraf voor moet aanmelden. En zo oplettend ben ik dan weer niet. Dus tijdens het ontbijt geniet ik van het uitzicht en fantaseer dat mijn verse jus een mimosa is.

Kleine ondernemers

De tour gaat verder naar het Jekerkwartier. Misschien wel een van de mooiste wijkjes van Maastricht, maar amper nieuw te noemen. Ik kan wel eindelijk naar ‘dat Japanse winkeltje’ in de Sint Pieterstraat: Japonais. Geregeld fiets ik er langs, maar nooit neem ik er de tijd voor om naar binnen te gaan. Wanneer heb je nou ooit echt iets Japans nodig?

Terwijl ik me tussen het porselein en de kimono’s even terug waan in Kyoto, moppert de eigenaresse over belasting op uithangborden en de teloorgang van de kleine ondernemer dankzij de grote eenheidsworst aan winkelketens. Zodra ik een theepotje in mijn handen pak, schakelt ze over naar ‘de verkoopster’: “In Japan heeft alles een verhaal.” Gelukkig interessanter dan het gemopper op ‘de gemeente’.

Even verderop zit Manu Facta. Een soort shop-in-shop. De dame achter de kassa kan volgens mij bij alle spulletjes wel iets vertellen over de maker. Ik kan het niet laten en loop even later met drie notitieboekjes naar buiten. Thuis heb ik al een hele stapel liggen, maar ja, ik ben schrijver. Dus die komen wel vol.

Terwijl de bloggers op het terras van Café Forum zitten, wandel ik naar de Onze-Lieve-Vrouwenkerk. Geloven doe ik niet, maar een kaarsje helpt altijd wel ergens voor. Daar geloof ik dan weer wel in.

IMG_7152.JPG

‘In broth we trust’

Voor de lunch gaan we naar ‘de andere kant van de Maas’. In Wyck ligt The Broth Bar Een restaurant met meer dan alleen bouillon. Alles is eerlijk, gezond en verantwoord. De eigenaresse c.q. voedingsdeskundige laat ons heerlijkheden uit haar keuken proeven. Vegetarische bouillon, een minisalade met asperges, kleine pannenkoekjes, aardbeiencompote. Sommige verhalen gaan gewoon via de maag.

Stampvoetend

Dan gaan we richting de Muziekgieterij, het poppodium-to-be. Laarzen aan, helm op. Het is tijd voor een bouwplaatsbezoek. In een veel te warme bouwkeet – ok, laarzen gaan weer uit, helm kan af – krijgen we uitleg van architect Marc Maurer. Buiten, in de warme zon – laarzen weer aan, helm op – krijgen we een indruk van de eerste stappen richting Maurers ontwerp. Oude stenen worden hergebruikt, een voormalige gymzaalvloer wordt het hout waar straks duizenden concertbezoekers op mogen stampvoeten. Het is nog een beetje door de steigers heen kijken, maar het begin is er. De verhalen komen later.

Soms kunnen gebaande paden ook erg verrassend zijn. Nieuw zelfs.

IMG_7158.JPG

Geen stilte

Geplaatst op

C-kzCyLXYAAXN_NStilte is een zeldzaam goed. In onze tuin althans.

En dan heb ik het niet over het gezoem van de bijen, het gekraai van het kleinzoontje van de buurvrouw of de zachte muziek uit mijn laptop.

Er gaat geen weekend voorbij of er klinkt een schel, snerpend geluid over de tuinen van onze buurt.

Het lijkt inmiddels een patroon te worden.

Zodra ik me geïnstalleerd heb in een tuinstoel om heel eventjes de krant te lezen, begint het. Ik kom overigens nooit verder dan de tweede pagina, want dan roept het onkruid me of er schiet me ineens iets te binnen dat ik toch echt nodig moet doen.

Maar goed, de intentie is er. Ik zit.

Enkele tuinen verder klinkt dan steevast het geluid van een slijptol. Of een zaagmachine, daar wil ik vanaf zijn. Er moet kennelijk iets nodig afgekort worden. Of wat je ook maar doet met zo’n apparaat.

En ja, het is onnodig klagen. Het sop is de kool niet waard.

En toch.

Toen we er net woonden, dachten we dat het een fanatieke hobbyist was. Elk weekend, week in week uit.

“Maar wel alleen in de zomer”, vult Lief aan.
Ik vermoed zelf dat de buurman in de andere seizoenen gewoon in zijn garage verder gaat.

Na tien jaar beginnen we ons toch af te vragen of zijn hobby niet een beetje uit de hand loopt. Hoeveel kun je zagen in een leven?

“Misschien weten heel veel mensen uit zijn omgeving dat hij zo’n apparaat heeft”, verzin ik hardop. “En komen ze steeds bij hem aankloppen om even iets af te zagen. Kleine moeite.”

“Ik denk dat hij aannemer is en voor klanten dingen moet afzagen. En dat doet hij dan thuis. Net zoals jij thuis werkt.”

Maar dat laatste versta ik niet. Er klinkt een slijptol doorheen.

Bestaat een kattenfluisteraar?

Geplaatst op

IMG_4331Ik heb een vrij nutteloos kattenritueel ontdekt. Nu is kattengedrag doorgaans verre van zinvol, maar het verschil van deze actie is dat ik er onvrijwillig een onderdeel van uit ben gaan maken.

Het gebeurt meestal ’s avonds. Lief en ik zitten op de bank tv te kijken. Hij is verantwoordelijk voor de tuindeuren (zonder kattenluik) als poes Pollux of kater Tommy zich meldt om naar binnen dan wel naar buiten te gaan. Ik neem de kamerdeur voor mijn rekening. Soms willen Meneer of Mevrouw namelijk eventjes de bovenverdieping inspecteren. En aangezien onze twee huisgenoten zo’n 47 keer per avond willen verkassen, is die taakverdeling geen onnodige luxe.

Onnodig om toe te voegen: honden hebben een baas, katten personeel.

Halverwege de avond ontstaat de volgende situatie. Poes Pollux geeft te kennen dat ik de kamerdeur moet open maken. Film wordt stop gezet – “breng meteen wat lekkers mee uit de keuken”, klinkt het vanaf de bank – en ik maak de kamerdeur open.

Pollux loopt vervolgens niet de gang op, maar terug naar de kastdeur in de woonkamer. Kastdeur open. Daar staat het kattenvoer. Dus ik snap de hint en geef haar wat te eten.

Als ze haar neus op zou kunnen trekken, zou ze het doen. Pollux eet niet. Het miauwen houdt aan.

Ik verzamel wat kaasjes op een plankje en loop weer terug richting bank. Ze zoekt het zelf maar uit.

Dan begint het stil protest van Pollux. Er worden sleutels van een tafel gegooid. Ze springt op het rek boven het aanrecht en manoeuvreert gevaarlijk tussen de kommetjes en glazen. Af en toe wordt er een doosje thee van het rek geduwd. De blik is ijzig op mij gericht. Ik voel het gewoon.

Ze hoeft niet naar boven. Ze wil niet eten. Ze heeft gewoon besloten dat wij geen tv meer moeten kijken. Dat ge-binge duurt nu al veel te lang.

Wat zou een kattenfluisteraar hierover zeggen? Heel zachtjes dan.

In de oudste dierentuin

Geplaatst op

c01609e76a5a473918f24d520fa85a8cOp de radio klinkt reclame: ‘De oudste dierentuin van Nederland’

“Wat een aparte slogan”, constateer ik hardop. Lief knikt.

Dat is het startsein van een verdwaling door die oudste dierentuin.

De hokken zijn verroest en de hekjes sluiten niet meer, hangen scheef in hun scharnier. Maar door de jaren heen zijn de dieren hun behoefte om te ontsnappen kwijtgeraakt. De automaat met nootjes is inmiddels leeg en nooit meer bijgevuld. Je kunt sowieso gewoon binnenlopen. Entree wordt al jaren niet meer gevraagd.

De chimpansee loopt met een wandelstok over zijn erf. Alle banden en slingertouwen zijn versleten. Die route kent hij inmiddels ook wel.

De zwarte panter is een grijze panter. Zijn uitgesleten geul voor het hek heeft hij verlaten – heen en weer lopen doet hij niet meer – en langzaam slijt hij zijn dagen bij de leeuw. Die is al zijn tanden kwijt, dus dat gevaar is geweken. Wel gromt hij zo af en toe. Hees. Niet heel indrukwekkend. Daarna schud hij zijn grote kop. Weer een paar grijze haren minder.

De uil heeft nu écht een bril nodig. Klopt dat stereotype eindelijk ook weer.

Alleen de luiaard is actief. Hij is eindelijk volledig uitgerust. Nog steeds is hij liever lui dan moe, maar tussen al die bejaardendieren oogt hij nog het kwiekst.

“Die dierentuin zou ik best wel eens willen bezoeken”, concludeert Lief na onze tuimeltocht door Verwonderland.

Werkt die slogan toch best goed. Ik ben erg benieuwd naar het affiche.

Samen niemand

Geplaatst op

df8bcceab845c8ab390b14c40abbdc0cKen je dat? Van die feestjes waar je niemand kent. Maar dan ook echt nie-mand. Behalve dan degene die jou heeft uitgenodigd natuurlijk. En dat is dan ook nog niet de jarige job. Of in dit geval het communicantje.

Bij de eerste blik op het bezoek was ik mezelf dankbaar dat ik na een flinke onderhandeling Lief zover had gekregen om mee te gaan. Mijn wisselgeld: hij moest twee weken later naar eenzelfde soort evenement.

Gedeelde smart is halve smart. Je kunt beter samen niemand kennen.

Daar stonden we dan. Aan een statafel. Met z’n tweetjes. De rest was allemaal met een groepje. Familie, vereniging, sportvrienden.

Oftewel: we waren als een druppel olie in een sopje.

Toegegeven: gastheer en gastvrouw kwamen regelmatig bij ons staan. Even kletsen, kijken of we het nog volhielden. Heel lief.

Natuurlijk hielden we het vol. Met gemak.

Tot een familielid bij ons komt staan. Na het vaststellen van ‘hoe we het communicantje kenden’ (een minder bekende variant van de ‘hoe kent u het bruidspaar?’) zijn we eigenlijk al uitgepraat.

“Hoeven jullie niks te drinken?” vraagt ze enthousiast, blij iets om handen te hebben.

Lief en ik zaten nog steeds in onze geen-alcohol-periode en na een sinas, cola en water hadden we het wel zo’n beetje gehad met dat drinken.

“Nee, hoor, dank u wel”, reageert Lief. Het familielid kijkt verbaasd. Zelf heeft ze een half glaasje wijn op de statafel gezet, het meeste bezoek heeft ook drank in de hand.

Vreemd. Mensen die niet drinken.

Het familielid wordt even weggeroepen.

“Leuk, hè, ongemakkelijke stiltes?” fluister ik naar Lief die wat beschuldigend naar zijn lege glas kijkt.

“Vreselijk”, zucht hij.
We willen net aan een ronde ‘welk beroep denk je dat hij/zij heeft’ beginnen als het familielid weer bij ons tafeltje komt staan.

Ze lacht naar ons. Ik praat wat met haar over de communie (ze zal wel trots zijn, ja, het was een mooie mis en ach, die leuke situatie in de kerk).

Dan valt het weer stil. Lief peutert aan zijn viltje.

“Hoeven jullie echt niks?” probeert ze nog. “Ik wil wel een mineraalwater”, zeg ik om de stilte te doorbreken. Het familielid loopt vrolijk richting de gehuurde tap.

“Je wilt eigenlijk helemaal niks drinken, he?” zegt Lief met toegeknepen ogen. Ik knik instemmend.“Maar dan is ze even bezig.”

“Ik ben heel erg nodig in de keuken” zegt ze als ze het glas op tafel zet.

“Geen probleem!” lach ik en maak een proostend gebaar met mijn water.

Samen niemand kennen is eigenlijk heel erg leuk. Anderen vinden het alleen soms een beetje lastig.