RSS feed

Leesvoer

Geplaatst op

3426e0557ea3de230d9cf5854bebee8cHollandse wolken
Genieten van de zoute zee
Liefst veel zon
Misschien een drupje regen
Niets houdt mij tegen!

Nee, ik ben niet ineens overgestapt van bloggen naar dichten.

Dit staat op mijn doucheschuim. En die doucheschuim heet Regenbui.

Nu ben ik zelf erg fan van de geur wanneer regen op droge grond valt. Ken je dat? Daar is zelfs een woord voor. Petrichor. Maar Regenbui klinkt wel mooier.

Er is trouwens petrichor-parfum.

Ik laat je even alleen met deze bizarre mededeling.

Op de voorkant van die doucheschuim staat ‘zorg goed voor jezelf en laat je verrassen’. ’s Ochtends. In je badkamer. Met de slaap in mijn ogen verrast mij vrij weinig.

Ik kan me voorstellen dat op een gegeven moment binnen de schoonheidsproductenwereld – als je de gemiddelde schoonheidsproductenafdeling ziet, moet hier wel een complete parallelle wereld achter schuil gaan – de trend is ontstaan om niet meer te volstaan met onuitspreekbare ingrediënten, -paraben, afkortingen en letter-cijfercombinaties. Waarbij water en glycerine eigenlijk de enige begrijpelijke begrippen zijn. En je je ook meteen afvraagt waarom het hoofdbestanddeel van die belachelijk dure shampoo water is. Er moest iets veranderen. Tijd om door te pakken, sprak het hoofd marketing.

Einde ingrediënten, begin van inspirerende versjes, diepzinnige zinnen en originele spreuken.

Nog een wonderlijk exemplaar:

Wakey wakey duvet princess
With a gentle yawn she stretched
And captured her dream
Still warm
Today seemed full of endless promise

Niet echt hoe ik ‘s ochtends mijn bed uitrol, maar het is fijn om dit te lezen, terwijl ik ongegeneerd sta te gapen onder de douche en me afvraag wat ik nou eigenlijk gedroomd heb. Om over die eindeloze beloftes nog maar te zwijgen.

Je merkt, ik ben inmiddels een shampooflessenlezer geworden. En niet alleen als ik per ongeluk al in bad zit en mijn boek vergeten ben.

Tijdens een logeerpartij lees ik onder de douche: ‘Aussi is a registered trademark’ Tot zover zwaar teleurstellend. Maar dan komt het: ‘Hair is not the most important thing in the world, but it’s a start’.

Oké, hier hebben ze omgedacht. Toen een van de meest cynische marketeers deze opdracht in zijn schoot kreeg geworpen, riep hij vast uit: ‘mensen, dit is gewoon shampoo. Dat is echt niet het belangrijkste in de hele wereld!’ Enkele sessies later werd dit in een presentatie geflanst en gepresenteerd aan het bestuur. Briljante zet. Ze zagen de Cannes Lions al glimmen in de prijzenkast.

Sinds kort staat er een activistische, ietwat dwingende fles haarshampoo in onze badkamer. De naam: Stop the water while using me. De tekst:

We stopped using artificial ingredients, colors and preservatives.
We stopped animal testing on this product.
We stopped these to naturally cleanse and refresh your hair.
Water can’t stop itself.
But you can.

De teksten op shampooflessen zijn volwassen geworden.

Advertenties

Een rood bolletje

Geplaatst op

2e92c85c33570d7d9ebe98b70f5a430cMijn oog valt er altijd direct op. Op je telefoon. Zo’n rood bolletje met een cijfer erin. In de rechterbovenhoek van de mail-app. Bij mij loopt het amper op tot 8. Dan heb ik alweer kans gezien om ze te lezen, beantwoorden of te archiveren. En dit zeg ik niet om op te scheppen. Ik denk niet dat neurotisch – om niet te zeggen obsessief – je mails wegwerken een verdienste is.

Wat ik echter compleet, totaal niet begrijp, is hoe mensen dit cijfertje laten oplopen tot de tientallen. Erger nog: er zijn gevallen bekend waarin dit cijfer de 100 bereikt, overschrijdt en voor mij onvoorstelbare aantallen aantikt. 387 ofzo.

Ik had deze blog ook kunnen beginnen met: er zijn twee soorten mensen. Mailwegwerkers en mailverzamelaars. De verzamelaars hechten eraan om de mails in hun originele vorm te bewaren. Ongeopend. Net zoals Legobouwpakketten, stripboeken of Barbies. Vooral niet uit de verpakking halen. Waardedaling.

Wat is het waarom van die mailverzamelaars?

“Ja, maar, het zijn vooral mailtjes die ik nog wil lezen. Of van die nieuwsbrieven die ik nooit ga lezen.”

Kijk, een mailverzamelaar aan het woord.

“Die heb ik ook, maar toch open ik ze of gooi ik ze weg.”

Ah, ik heb een mede-mailwegwerker aan mijn zijde gevonden.

Met z’n drieën wandelen we door een mailvrije zone. Lees: een idyllisch park waarbij vriendschap belangrijker is dan onze telefoon.

“Heb je geen systeem? Met mapjes ofzo?” probeer ik, met het risico voor eeuwig in het nerd-hokje te belanden. Maar daar zat ik toch al, vrij comfortabel inmiddels.

“Nou ja…” twijfelt ze. “Het is meer: als ik al die mails moet wegwerken, ben ik uren kwijt. En dat vind ik zonde van mijn tijd.”

De twee mailwegwerkers peinzen. Daar zit wat in.

“Wat ik me wel afvraag…” gaat ze verder. “In het echte leven ben ik best opgeruimd. Ik weet als enige bij ons thuis waar precies dat ene dekseltje ligt. Maar mijn vriend daarentegen…” Even denkt ze na. “Zijn mailbox is helemaal op orde. Een oneindig mappensysteem, geen ongelezen mail te bekennen. Maar vraag hem waar de sokken van onze oudste liggen en hij heeft geen idéé.”

Maar deze theorie houdt helaas niet stand. Mijn mails zijn op orde, net als mijn dekseltjes en sokken. Hetzelfde geldt voor die andere mailwegwerker. Je mailhuishouden is dus geen indicatie voor wel of niet opgeruimd zijn.

Echter.
Ieder mens heeft de neiging tot verzamelen. Of het nu Lego is of geld.

Bij mij op zolder staan doosjes en kistjes vol met oude bioscoopkaartjes (“Onze eerste film samen!”), flyers van feestjes, armbandjes en oude agenda’s en dagboeken. En daar zit to-taal geen systeem in. Iets terugvinden ho maar.

Dus eigenlijk is er maar een soort mensen. Mensen die het leuk vinden om iets te bewaren. En sommigen zien dat graag terug op hun telefoon. In een rood bolletje.

Helden

Geplaatst op

b1b3b8eb56e41c7e1cbe478e2b32f48dHet was bij mij altijd een duidelijk gevalletje van de Griekse klok wel horen luiden, maar bij Zeus niet weten waar de mythische klepel hangt.

Op de middelbare school had ik geen Latijn of Grieks gehad. De beroemde Griekse en Romeinse verhalen bleven voor mij een groot mysterie. Oedipus leerde ik kennen in combinatie met zijn complex, Hesperiden en Prometheus associeerde ik toch altijd als eerste met brallerige disputen in bijbehorende gestreepte polo’s.

‘Bij geschiedenis’ kregen we ooit de opdracht om een werkstuk te maken over de Romeinen. Echt SMART werden die dingen kennelijk niet echt geformuleerd.

Of het nu kwam door puberaal, dwars verzet of omdat ik in de bibliotheek al dromend de verkeerde afslag had genomen in de kaartenbak, maar ik leverde een verslag in over de Grieken. Compleet ander volk, verkeerd tijdvak, andere verhalen. De docent besloot mij in haar goedheid geen onvoldoende te geven. Ze gaf gewoon geen punt. Overrompeld door mijn eigen dwaling ben ik de complete inhoud van mijn werkstuk vergeten. Tabee Poseidon, vaarwel Perseus.

Tijdens mijn studietijd was het verhaal van Agamemnon nog wel eens gepasseerd, maar daar dacht mijn geheugen anders over, na het bezoek van enkele feesten en partijen.

Bijna 20 jaar later is het tijd voor een update. En dus ben ik begonnen aan Helden van Stephen Fry. Een heerlijk boek. Al op pagina 30 ben ik verslingerd aan de avonturen van Herakles, koning Minos en – daar is ie weer! – Perseus.

Enthousiast vertel ik Lief over de verhalen die de eeuwigheid overstijgen.

“Hollywood zou ze stuk voor stuk kunnen verfilmen!” besluit ik enthousiast.

Ik vind hem verdacht begripvol knikken.

En die blik van herkenning, nee meer van ‘ja ja, en dan hakt hij haar hoofd eraf’ werkt al aardig op mijn zenuwen.

Heeft hij dan toch geluisterd tijdens mijn ge-orakel langs de beelden in de Uffizi in Florence destijds? Maar waar een orakel heel wijs kan spreken, lijken mijn verhalen meer op de antwoorden bij een ronde van De Slimste Mens. “Ze had slangen als haren en met één blik kon ze mensen in steen veranderen. Of was het toch een zoutzak? Nee, wacht, dat is de bijbel…” In dat soort gevallen was Lief meestal al op zoek naar een terrasje in de zon.

“Ken je die verhalen?” Had hij stiekem toch Griekse mythologie gehad op school?

“Nee, maar ik ken de films. Hollywood heeft er inderdaad al een aantal verfilmd.”

Die avond zie ik hoe een overdreven gespierde Perseus met behulp van heel wat special effects zeemonsters verslaat. Lief is blij dat ik eindelijk eens een ‘goede foute film’ met hem wil kijken. Ik bijt op mijn lip om niet alle verschillen met het boek te benoemen. En kan niet wachten totdat ik weer verder kan lezen.

Hierna is de Ilias aan de beurt. Ook nooit op school gehad. En die is vast al verfilmd. Maar eerst het origineel.

 

 

Algoritme

Geplaatst op

Bij een algoritme stel ik me een ingewikkelde toverformule voor, een combinatie van letters en cijfers, waar aan het einde een resultaat floept. Uit zo’n trechter.

“Dus jij luistert veelal naar ingewikkelde jazz? Dan vind je deze obscure saxofonist vast het einde!”

“Eet je graag rauw en volg je constant hippe foodies? Dan moet je deze detox box gegarandeerd eens proberen.”

Als ik op Spotify zoek naar ‘dat ene liedje uit de zomer van 1987’ zijn zelfs mijn zoekresultaten afgestemd op mijn smaak. Terwijl ik toen dus een totaal andere muziekvoorkeur had.

Echt ruimte voor toeval en een afwijking in je kennelijk onnoemelijk voorspelbare voorkeur is er niet.

We zijn ons allemaal bewust dat Grote Geesten in Silicon Valley met ons meekijken, onze online wereld aanpassen en niets meer aan het lot overlaten.

Hoewel.

Afgelopen week zagen Lief en ik twee films. Sucker Punch– een duister sprookje met cartoonachtige trekjes en I am legend– een post-apocalyptisch heldenverhaal. Wellicht overbodig om te vermelden, maar Lief en ik zoeken om de beurt een film uit. Om te voorkomen dat we na een half uur debatteren nog steeds niks gevonden hebben, dan maar eentje kijken die we al een keer gezien hebben (waarna ik het vaak ook nog presteer om na vijf minuten in slaap te vallen).

Dus drie keer raden wie welke film heeft uitgekozen.

Een van de nummers dat geregeld terugkwam in I am legendwas Three little birdsvan Bob Marley. De dochter van de held is zelfs naar hem vernoemd (Marley, niet Bob. Ik was ook lichtelijk teleurgesteld). In Sucker Punchzitten heel veel leuke liedjes, maar een daarvan is een nummer van Björk. Ik luister enkele dagen later wat van haar hitjes. Een trip down memory lanevolgt.

Maar goed. Die twee liedjes dus.

In het weekend zitten Lief en ik ’s ochtends een kop koffie te drinken. Op de radio: Three little birds.

“Dat is ook toevallig!”

Even schiet de gedachte ‘verrekte algoritmen’ door mijn hoofd. Maar wacht eens even. Dit is ‘gewoon’ de radio. De keuze voor dit liedje is gemaakt door een mens van vlees en bloed. Eentje die niet tussen ons in zat op de bank bij het kijken van de film.

Dit is echt toeval!

Het bestaat nog steeds. Wat fijn.

Als ik ’s avonds in bed lig en de radio in de slaap-stand zet, klinkt Human Behaviour. Van Björk.

Nu weet ik het zeker.

Gekrabbel

Geplaatst op

420862057481c6be94e40ef3ef6ef16bEigenlijk is je handtekening maar iets geks. Je hebt het waarschijnlijk ergens in je tienerjaren bedacht. Voor je eerste pinpas bijvoorbeeld. Wat voelde ik me toen ineens wijs. Mijn eerste stap richting volwassenheid was gezet, hoor. Pas op wereld, ik kom eraan!

Maar waar was die hele handtekening nou op gebaseerd?

Tijdens de middelbare school had ik me bekwaamd in het namaken van de handtekening van mijn vader. Niet voor een doktersbriefje, maar voor mijn puntenlijst. Die moesten we geregeld thuis laten tekenen voor gezien. En natuurlijk vergat ik dat en krabbelde ik nog net voordat de docent met haar ronde bij mij kwam de handtekening van mijn vader eronder. Om diezelfde dag thuis de puntenlijst alsnog aan mijn vader te laten zien, meestal met mijn duim om die onvoldoende voor wiskunde.

“Had ik die ondertekend?” vroeg mijn vader dan. “Nee, dat heb ik gedaan, maar ik ging het je toch wel laten zien, hoor!” Ik was blij dat hij over die handtekening begon en niet over die 5.

Dus toen ik aan het oefenen was voor mijn eigen handtekening – geen idee waarom ik dat deed, maar ja, je zit er je hele leven mee, dus vooruit – maakte ik automatisch die van mijn vader. Maar dan met mijn eigen voorletter.

Meer dan 20 jaar later zet ik nog altijd dezelfde krabbel. Het is namelijk niet zo dat je heel gemakkelijk verandert van handtekening. Hij wordt namelijk regelmatig vergeleken met een andere handtekening. Om te kijken of jij jij wel bent. En die op je paspoort, rijbewijs of pinpas gaat meestal jarenlang mee.

Iets dat zo uniek is. Iets dat zo belangrijk is op bepaalde documenten en overeenkomsten. Iets waar sommigen uren voor bij de uitgang van een theater, stadion of poppodium gaan staan. Dat iets is dus gewoon een tekeningetje dat jij helemaal zelf hebt mogen verzinnen.

Liever lui

Geplaatst op

92bdb08665238747f0e8b7bd8c65aaedIk snap niet wat er mis is met liever lui dan moe.

Zelf ben ik dus overduidelijk liever lui dan moe.

Dat zit zo.

Lui is je eigen keuze. Je hebt een middagje geen afspraken. Alles is af, gedaan, klaar. Natuurlijk moet er nog even een afwas gedaan worden, maar die kan ook wachten tot vanavond. Na het eten.

Je besluit lui te zijn. Op de bank te hangen met je telefoon, beetje te zappen langs Netflix (en een film uit te kiezen voor na het eten) (na de afwas dus) of gewoon wat in de zaterdagkrant te bladeren. Je bent wel iets aan het doen, maar ook een beetje lui. Zonder veel aandacht, gewoon lummelen en lanterfanten tegelijk.

Moe is geen keuze. Dat overkomt je. Je bent moe van werk, haasten, de kinderen of gewoon van een bepaald volwassen iemand. Ik ken niemand die er ooit bewust voor kiest om moe te zijn.

En wat is nou vervelender: een beetje lui in de tuin zitten en van de zon genieten? Of moe zijn van het snoeien van 20 meter buxus?

De Calvijnen onder ons zullen vast kiezen voor het laatst. En ja, soms kan moe zijn lekker zijn. Vlak voordat je naar bed wilt gaan bijvoorbeeld. Maar ik ben liever uitgerust. Kan ik tenminste lui zijn.

‘Dao zien ze toch’

Geplaatst op

df8bcceab845c8ab390b14c40abbdc0cEr ligt nog wat confetti in de hoek van de vensterbank. Achter mijn oor zit een restje verdwaalde schmink en mijn lijf geeft duidelijk aan dat er een periode van vasten moet volgen. Oftewel: drie dagen carnaval liggen achter ons. Een tijd van heel veel plezier. En creativiteit.

De tradities tijdens dit zuidelijke festijn zijn talrijk. En toegegeven, sommige zijn wat twijfelachtig.

De burgemeester geeft officieel de sleutel van de stad aan de Prins. Er worden over en weer wat politieke steken uitgedeeld tijdens de machtsoverdracht. In de optocht wordt met veel originaliteit het afgelopen jaar van een kritische noot voorzien. En als afsluiter van de drie dagen wordt er altijd wel iets in de hens gezet of theatraal naar beneden gehaald. Meestal voorzien van een lokaal volkslied en menig traantje bij verstokte carnavalisten.

Ik besloot om mij dit jaar nog eens in het feestgedruis te storten. Een pakje werd met veel enthousiasme bij elkaar gezocht. De uitvoering viel een beetje tegen. Als je telkens moet uitleggen wat je precies voorstelt, kun je niet echt spreken van een geslaagde outfit, maar dat mocht de pret niet drukken. Van gevreesde kou was dit jaar gelukkig geen sprake of werd verdreven door gezelligheid, gezelschap en gezwier.

Op een van de drie dagen had Lief een koebel te pakken. Hij besloot clandestien aan te sluiten bij voorbijtrekkende sambabands en gelegenheidsharmonieën. Afwisselend het ritme verstorend of voor een prettige aanvulling zorgend.

Als toeschouwer vielen mij voornamelijk de namen van de ‘zate hermeniekes’ op. Uiteraard in het Limburgs dialect. ‘Blamaasj’, ‘Miserabel’, ‘Dao zien ze toch’ (daar zijn ze toch), ‘Sjiet aon de luij’ (lak aan de mensen), ‘Um te jenke’ (om te huilen) en ‘Obbenuijts’ (opnieuw).

Het mooie aan al die namen vind ik de vindingrijkheid. Enkele ‘laat en zaat’ (‘laat en niet meer nuchter’) daargelaten. Zou daar een gestructureerde brainstormsessie met enkele marketingdeskundigen aan vooraf gegaan zijn? Of eerder tijdens de nazit van een repetitie? Ik verwacht het laatste. De beste ideeën ontstaan namelijk op de achterkant van een viltje, de beste namen voor een ‘zate hermenie’ na een bier of drie.

En  wat een zelfkennis schuilt er achter die namen. Nee, we zijn niet de beste musici. Nee, we klinken niet altijd zuiver. Maar wat hebben we een lol. En dat is het belangrijkste. Neem jezelf niet al te serieus, dat doen de anderen ook niet.

De zware drum en gedeukte trompet klinken nog na in mijn hoofd als ik dat laatste restje schmink wegpoets.

Het was weer een onvergetelijke vastelaovend.